Afbeelding

Pieter en Monique varen hun eigen koers met Zeilschip Hollandsch Diep

Wat begon als een uit de hand gelopen hobby, is uitgegroeid tot een zeilcharterschip dat Pieter van der Wulp en Monique Rens samen runnen. Hij staat aan het roer, zij verzorgt de catering. Een bedrijf op het water, met als thuishaven de Vesting van Hellevoetsluis.

Liefde voor het water
Pieter vaart al sinds zijn zestiende of zeventiende. “Met een vriendenclub hebben we destijds een oude platbodem opgeknapt. Zo ben ik in de wereld van de traditionele zeilschepen gerold.” Hij voer door heel Nederland en zelfs naar Berlijn. “Dat was een tocht van zes weken heen en terug. Dat soort reizen vergeet je nooit meer.”

Later kwam het zeilen op een lager pitje te staan. Er kwamen andere verantwoordelijkheden en het varen was vooral vrijwilligerswerk. Tot iemand hem vroeg om weer eens mee te varen tijdens een tocht. “Toen ging mijn ex-partner ook mee en die vond het geweldig. Van het één kwam het ander.”

In 2003 kocht Pieter zijn eerste eigen schip: een klipperaak uit het begin van de vorige eeuw. “Prachtig schip, maar ook veel onderhoud. Op een gegeven moment is het gewoon op.” Toen zo’n twaalf jaar geleden het schip Hollandsch Diep – een replica uit 1994 – op zijn pad kwam, besloot hij opnieuw de stap te zetten en zich te richten op chartertochten. 

Wie door de Vesting wandelt, kan het schip nauwelijks missen: het ligt recht tegenover het terras van De Waag. Menig toerist maakt een kiekje van het ruim 30 meter lange schip, dat een echte blikvanger is in de haven. Aan boord is plek voor groepen tot 45 personen. Wie mee wil varen, mag ook zelf de handen uit de mouwen steken en meehelpen met zeilen. “Ik noem het daarom wel eens een uit de hand gelopen hobby.”

Minder zwaar werk
Naast het varen werkt Pieter in de haven van Rotterdam als monteur van grote machines en containertrucks. “Zware machines, zestien tonners. Maar je wordt ook ouder, dat werk wordt zwaar.” Als ideaalbeeld zouden Pieter en Monique het liefst zien dat hij zijn werk in de haven geleidelijk kan afbouwen, zodat ze samen meer tijd op het schip kunnen besteden. “Dit is lichter werk dan het werken in de haven. Alles is elektrisch. Ik stuur de gasten aan; zij draaien aan de lieren, niet ik,” zegt hij met een glimlach.

In de praktijk werkt hij nog steeds deels in de haven. “Drie dagen zou ideaal zijn, maar dat is lastig te combineren. Als er een charter wordt geboekt, moet je beschikbaar zijn. Er moet worden ingekocht en voorbereid.”

Samen aan boord
Monique kwam tijdens de coronaperiode in zijn leven. Ze woonden allebei in Hellevoetsluis, praktisch om de hoek van elkaar: zij in de Molenstraat en hij op dat moment op zijn schip in de haven. Hoewel ze in hetzelfde deel van de Vesting woonden, hadden ze elkaar nog nooit gezien, totdat ze elkaar tegenkwamen op een datingsite.

“Ik zei in BarBiertje altijd voor de grap: als er een groot schip binnenkomt met een grote vent aan het roer, dan is die voor mij,” vertelt ze lachend. “Nou, dat is gelukt, hij is groot en het schip is groot.”

Monique heeft geen achtergrond in de scheepvaart, maar werkte wel jarenlang in de horeca. “Ik had eigenlijk niets met water, maar ik ben het zo gaan waarderen. Het is echt genieten als we de haven uit varen.” 

Waar Pieter zich richt op het varen, het onderhoud en het technische deel, zorgt Monique voor de gasten aan boord. “Ik verzorg de catering en het contact met de gasten. Dat is echt heel leuk om te doen.” Varen ze uit met gasten dan gaat er altijd een ervaren scheepsmaat mee.

Onderhoud en burenhulp
Iedereen die een schip heeft, weet; een schip vraagt om voortdurend onderhoud. “Het is net als met je huis of tuin. Als je het bijhoudt, blijft het goed en heb je minder werk.” In de winter haalt Pieter plekken kaal en zet hij ze in de eerste laag verf; bij beter weer wordt alles afgelakt.

Monique en Pieter waarderen de gemoedelijkheid in de haven van Hellevoetsluis. “Als ik een handje nodig heb, loop ik even naar de overkant, en andersom gaat dat net zo. Zo maken we er samen wat van. ’s Ochtends koffie, klussen, en aan het eind van de middag een biertje. Dan heb je een mooie dag gehad.”

Realistisch vooruitkijken
Met zo’n tien tot vijftien vaarten per jaar is de onderneming kostendekkend. Groei is geen vanzelfsprekendheid, maar kansen zien Pieter en Monique wel. Ze werken aan hun zichtbaarheid en ontwikkelen hun aanbod stap voor stap verder. “We doen het rustig aan,” zegt Monique. “Het moet wel leuk blijven.”

Pieter kijkt daar nuchter naar. Als het lukt om meer boekingen te realiseren, kan de onderneming een grotere rol gaan spelen en kan hij mogelijk minder uren maken als monteur. Lukt dat niet, dan zullen er op termijn keuzes moeten worden gemaakt.

Ook online proberen ze beter zichtbaar te worden, onder meer via social media en een eigen website met updates en foto’s van hun tochten.

Een leven dat bij hen past
Voorlopig overheerst het plezier. Het schip, de haven en het contact met mensen geven energie. “Dit is gewoon een prachtig leven,” zegt Pieter. “Op het water, wonen in de Vesting van Hellevoetsluis, met leuke mensen om je heen. Elk jaar doen we mee aan de Pinkstersail. Dan nemen we allemaal mensen mee die we aardig vinden, erg leuk om te doen. Dat wil je toch niet missen?”

Zeilschip Hollandsch Diep is voor Pieter en Monique niet alleen een onderneming, maar ook een manier van leven: een plek waar werken en genieten samenkomen, en waar ze hun eigen koers blijven varen.



Afbeelding