Afbeelding
Dagboeknotities

Waterschapsenquête

Algemeen

We leven in het tijdperk van de inspraak. De overheid probeert burgers te betrekken bij het voorbereiden van beleid. Het fenomeen inspraak ontstond in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Het was onderdeel van de ‘nieuwe democratie’. Toch blijft inspraak – of burgerparticipatie – na al die jaren nog steeds problematisch.

Want in hoeverre mogen burgers een vinger in de beleidspap hebben? Blijft het bij meepraten of hebben we ook echt invloed op besluitvorming? En hoe democratisch is het eigenlijk om een klein groepje actieve buurtbewoners beslissingen te laten nemen voor een grote groep die geen tijd voor, zin in, of weet van inspraakprocedures heeft? Vragen waar je als overheid goed over na moet denken voor je ‘iets in de groep gooit’.

Vorige week las ik ergens een oproep om mee te doen aan een enquête van het waterschap Hollandse Delta. Wellicht had iemand bij de organisatie bedacht dat het tijd werd om de belastingbetalers niet langer aan te spreken als kleuters met het infantiele Droppie Water-stripverhaaltje maar als volwassenen met een eigen mening. Het idee was goed, de uitvoering erbarmelijk.

De centrale vraag is: Hoe maken we de Zuid-Hollandse eilanden toekomstbestendig op het gebied van water? Daarvoor presenteert het waterschap ons een lijstje met zijn kerntaken. Wij mogen aangeven aan welke drie punten de meeste aandacht geschonken moet worden. Extreme regenbuien opvangen of dijken en duinen verstevigen of droogte tegengaan of afvalwater zuiveren of onder houd van wegen en fietspaden, of, of, of…

Beste Hollandse Delta, het gaat er juist om dat jullie ál die taken vervullen. En waar het accent moet liggen, wat er technisch gezien mogelijk is, hoe je uit moet komen met je budget, dát zijn nu juist zaken waarvan we hopen dat jullie daar zelf de deskundigheid voor hebben. Het zal toch niet zo zijn dat wanneer niemand een kruisje zet bij bijvoorbeeld ‘afvalwater zuiveren’, dat jullie er dan minder aandacht aan gaan schenken?

En dan die vraag met plaatjes erbij: wil ik een landschap met goedkope rechte sloten of duurdere meanderende watertjes? Daar vraag je me wat. Wat kost een rechte sloot en wat een dure? Als je sloten laat slingeren, wat betekent dat voor de wegen waar ze langs lopen? Moeten die mee slingeren? Zijn er voor- en nadelen aan slingerende sloten, die ik als leek misschien niet ken? En zou het zo kunnen zijn dat in bepaalde gebieden rechte sloten een mooi beeld geven van cultureel erfgoed, terwijl op andere plekken een meanderend watertje een fijn natuurlijk effect heeft? Wáár hebben we het precies over?

Naast de plaatjes met rechte en kromme slootjes, staat er nog een. Na een paar muisklikken wordt de – suggestieve – omschrijving van dit landschap zichtbaar: ‘Met flats, industrie, rokende kolencentrale, veel wegen en slechts hier en daar een parkje met een vijvertje’.

Is er nagedacht over validiteit en betrouwbaarheid van deze enquête? Bij hoeveel deelnemers is de uitkomst representatief? En wat doen jullie met de uitkomst? 

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant